Dit maakt deel uit van het project Life4BelgianClimate, dat financiering heeft ontvangen van het LIFE Programme van de Europese Unie.
De inhoud geeft alleen de mening van de makers weer; CINEA is niet verantwoordelijk voor het gebruik van de gepubliceerde informatie.

 

Wat blijkt uit de Vlaamse visienota? De Vlaamse regering mikt op een beperking van de eigen bijdrage, en bijkomende achterpoortjes. - © Christian Lue

Hoe Vlaanderen onder Europese klimaatlat wil glippen

Wat blijkt uit de Vlaamse visienota? De Vlaamse regering mikt op een beperking van de eigen bijdrage, en bijkomende achterpoortjes. - © Christian Lue

Eind vorig jaar presenteerde Vlaanderen een visienota over Fit for 55, het pakket voorstellen van de Europese Commissie dat de Green Deal vertaalt naar wetgeving. Kort samengevat: Vlaanderen wil de eigen bijdrage beperken ten koste van armere regio’s en tegelijk allerlei boekhoudkundige trucs toepassen, die vooral resulteren in minder klimaatimpact. Vlaanderen kiest daarmee voor een defensieve houding die ecologisch, economisch noch politiek verdedigbaar is.

Het Franse voorzitterschap wil een versnelling hoger schakelen in de onderhandelingen over Fit-For-55. Hoog tijd dus voor een kritische doorlichting van de Vlaamse positie. Hier belichten we alvast één passage uit de visienota die de wenkbrauwen doet fronsen: de zogenaamde ‘effort sharing regulation’. De uitkomst van dit dossier is namelijk niet alleen van groot belang om de Europese klimaatdoelstellingen te realiseren, het zal ook onmiddellijke gevolgen hebben voor onze nationale en regionale klimaatambities.

De effort sharing regulation

De ESR stelt bindende doelstellingen op voor de niet-ETS sectoren (gebouwen, wegtransport, kleinere industrie, landbouw), samen goed voor ongeveer 60% van de Europese CO2-uitstoot. Deze uitstoot moet volgens het huidige voorstel met minstens 40% zakken tegen 2030 (in vergelijking met 2005). Dit Europese doel wordt vervolgens verdeeld per lidstaat, waarna elk land zelf bepaalt hoe het haar emissiereducties wilt realiseren. 

Deze nationale verdeling van de klimaatinspanningen gebeurt hoofdzakelijk op vlak van economische draagkracht (BBP/capita), mits een aantal correcties voor ‘kosteneffectiviteit’. Er is ook een limiet op de spreiding tussen de laagste en hoogste reductiedoelstelling. Voor België vertaalde deze berekening zich naar een doelstelling van -47%, een verhoging van 12 procentpunten in vergelijking met ons vorige target. Zuiver op basis van draagkracht zou ons (relatief rijke) land een doelstelling van 49% hebben gekregen, maar er werd besloten om de maximale toename te plafonneren.

Reductietraject en flexibiliteit

Naast de Europese en nationale doelstellingen voor 2030 zijn er nog twee elementen van groot belang. Ten eerste is er het reductietraject. Landen moeten stapsgewijs een steeds lagere uitstoot hebben, naarmate 2030 dichterbij komt. Elk land krijgt jaarlijks een bepaald emissiebudget, dat in principe niet mag worden overschreden. Dit budget daalt jaarlijks, tot iedereen in 2030 aan zijn reductiedoel zit. Het startpunt en de evolutie van dit traject bepalen hoeveel emissiereducties er in totaal nog mogen plaatsvinden voor 2030. 

Ten tweede zijn er de ‘flexibiliteiten’. Deze geven landen een zekere mate van speelruimte in hun jaarlijkse doelstelling. Ze kunnen bijvoorbeeld een bepaalde hoeveelheid emissiebudget ‘sparen’ door minder uit te stoten dan toegestaan, of net ‘lenen’ uit de latere jaren. Landen kunnen deze budgetten ook onderling verhandelen: een land dat minder uitstoot dan toegestaan, verkoopt haar overschotten aan een land dat haar plafond overschrijdt.  

Tot slot zijn er nog een aantal achterpoortjes, die er voor zorgen dat emissies uit andere systemen kunnen worden aangewend. Zo mogen sommige landen (onder andere België) een klein percentage emissierechten uit het Europese emissiehandelsysteem gebruiken om  aan hun ESR-verplichtingen te voldoen (in plaats van deze te veilen), en is er een mogelijkheid voor landen om bijvoorbeeld herbebossing te beschouwen als ‘negatieve emissies’.

Met de Green Deal is klimaatbeleid verschoven naar het hart van de Europese politiek en economie. Een defensieve opstelling van Vlaanderen is vandaag ecologisch, economisch noch politiek verdedigbaar.

Voorstel Commissie was al te zwak, Vlaanderen wil verder afzwakken

Eerst en vooral: het voorstel van de Commissie zelf was eigenlijk al te zwak. De doelstelling van -40% is niet in lijn met een opwarming van 1,5 graden (en zou eigenlijk minstens 50% moeten bedragen). Een analyse van Transport & Environment wijst bovendien uit dat het huidige voorstel ook de vooropgestelde 40% reducties niet verzekert: doordat het reductiepad te weinig ambitieus is, en er te veel achterpoortjes open blijven, stevenen we slechts af op een reductie van -33% in 2030. Om de vooropgestelde doelstellingen te halen is er dus nood aan een scherper reductietraject en een inperking van de flexibiliteiten. 

Maar wat blijkt uit de Vlaamse visienota: de Vlaamse regering pleit voor precies het omgekeerde: het mikt op een beperking van de eigen bijdrage, en bijkomende achterpoortjes.

In haar nota vraagt de Vlaamse regering een verlaging van de Belgische doelstelling (47%) en een verkleining van de spreiding. Ze vraagt dus dat de rijke landen minder en de arme landen meer moeten doen. Vlaanderen stelt in haar visienota bovendien dat ze zelf wel ‘bottom-up’ zal bepalen wat haar bijdrage is aan de Belgische doelstelling: sinds de presentatie van haar klimaatplan weten we dat Vlaanderen daarmee slechts mikt op een reductie van 40%.

Vlaanderen vraagt daarnaast nieuwe vluchtwegen. Zo verlangt ze bijkomende ‘internationale’ flexibiliteit. In het verleden wist Vlaanderen haar doelstellingen deels te halen via de aankoop van goedkope internationale emissierechten. De Europese klimaatwet staat dat momenteel niet toe. Logisch: de Europese klimaatdoelstellingen moeten behaald worden via Europese emissiereducties, niet elders, en deze internationale rechten waren vaak van erg slechte kwaliteit. 

Daarnaast vraagt Vlaanderen bijkomende flexibiliteit via de zogenaamde Market Stability Reserve. Dat systeem slorpt emissierechten op wanneer het aanbod aan uitstootrechten groter is dan de werkelijke uitstoot. Het draagt zo bij aan een afname van de opgetelde uitstoot. Als we, zoals Vlaanderen voorstelt, deze reserve niet langer annuleren maar beschikbaar maken, betekent dit dat uitstoot die vermeden werd in de industrie of elektriciteitssector beschikbaar wordt om een gebrek aan vooruitgang in non-ETS (verwarming, auto’s, etc) te dekken. De totale Europese uitstoot stijgt in dat geval zelfs. 

Volgens de impactevaluatie van de Commissie leidt de MSR cumulatief tot het annuleren van 3 tot 3,5 miljard ton CO2 aan emissierechten tegen 2030 (zie p. 176). Dat komt overeen met 25x tot 30x de jaarlijkse uitstoot van België (115 miljoen ton). Als zelfs maar een klein deel van deze uitstootrechten elders gebruikt wordt, kan de klimaatimpact dus zeer significant zijn.

Kortom: de Vlaamse regering legt de lat niet alleen te laag voor zichzelf, haar voorstellen bedreigen ook de Europese klimaatambities.  

Uitgestelde klimaatfactuur ligt alleen maar hoger

Stel dat Vlaanderen het verschil tussen 40% en 47% reductie moet opvullen met de inzet van allerlei flexibiliteitsmechanismen, dan kost dat ruwweg € 277 miljoen in 2030. Daarmee kopen we uitstel zonder afstel: zolang de emissiekloof niet wordt gedicht blijft dit een terugkerende kost. 

Maar bovenal leiden deze mechanismen de aandacht af van waar het hier eigenlijk om gaat: de noodzakelijke transformatie van onze gebouwen, mobiliteit en landbouw. Zoals de SERV stelt in haar advies van oktober 2021, gaat die aanpak voorbij aan de bredere baten van lokaal klimaatbeleid, zoals betere woonkwaliteit, luchtkwaliteit, mobiliteit, sociaal-economische opportuniteiten, lagere gezondheidskosten, minder lawaai, aantrekkelijker steden. De kosten van flexibiliteitsmechanismen zijn uitgaven zonder returns.  

Geïsoleerd op het internationaal klimaattoneel

De Vlaamse voorstellen hebben bovendien politiek weinig kans op slagen. Aangezien Wallonië, Brussel en de federale regering wél de Fit for 55 ambitie onderschrijven, is de kans groot dat België zich in de Europese onderhandelingen zal moeten onthouden. Op diplomatiek vlak zal België zich door het Vlaamse eisenpakket steeds verder isoleren van de ambitieuze lidstaten in Noordwest Europa en Scandinavië (waar de Vlaamse regering zich graag mee vergelijkt) die in het verleden onze bondgenoten waren.

Met de Green Deal is klimaatbeleid verschoven naar het hart van de Europese politiek en economie. Een defensieve opstelling van Vlaanderen is vandaag ecologisch, economisch noch politiek verdedigbaar.

Klimaatbeleid

Meer over Klimaatbeleid