De groene taxonomie zou een dam moeten opwerpen tegen greenwashing, maar het kernenergiedebat dreigt het hele opzet te vertroebelen -  © Tengyart

Europa buigt zich over de vraag wat groen is

 De groene taxonomie zou een dam moeten opwerpen tegen greenwashing, maar het kernenergiedebat dreigt het hele opzet te vertroebelen -  © Tengyart

Het had een wetenschappelijk classificatiesysteem op basis van transparante criteria moeten worden, een goudstandaard voor duurzame investeringen die het mogelijk zou maken om komaf te maken met greenwashing. Maar de Europese ‘groene taxonomie’ werd een politieke koehandel over kernenergie en gascentrales. Zo dreigt het hele opzet te vertroebelen.

De EU taxonomy for sustainable activities is een uitgebreid classificatiesysteem dat bepaalt of een bepaalde activiteit of technologie duurzaam is. De bedoeling van dit systeem is om meer transparantie te krijgen rond ‘groene’ investeringen. Dat is nodig omdat er vandaag allerhande labels en classificaties circuleren, zonder duidelijke en bovenal geloofwaardige maatstaven. De Europese taxonomie wil een ‘gouden standaard’ zetten en zo greenwashing voorkomen.

De classificatie verplicht investeerders op zich tot niets. Ze zal wel gebruikt worden om meer transparant te rapporteren over de duurzaamheid van financiële instellingen. Tegelijk biedt zo’n classificatie in principe een opstap naar meer sturende regelgeving, overheden kunnen er ander beleid op afstemmen. Ze kan ook duidelijkheid verschaffen bij publieke uitgaven (zoals nu al ten dele gebeurde bij de relancefinanciering, dat een deel van de taxonomie gebruikte als duurzaamheidstoets). In dat opzicht is het overigens spijtig dat de huidige taxonomie enkel een uitspraak doet over welke activiteiten als ‘groen’ bestempeld mogen worden, maar geen oordeel velt over wat wél vervuilend is (de ‘bruine’ taxonomie). 

Dam tegen greenwashing, met gaten

Cruciaal voor de geloofwaardigheid van de taxonomie is dat ze gebaseerd is op wetenschappelijke en transparante criteria – anders vervalt haar nut als dam tegen greenwashing.

In de huidige wetgeving moet een activiteit voldoen aan verschillende criteria.  Ze moet een substantiële bijdrage leveren aan één van zes duurzaamheidsdoelen (mitigatie, adaptatie, watergebruik, circulariteit, vervuiling en biodiversiteit/ecosystemen), zonder substantiële schade toe te brengen aan de overige vijf (het ‘do no significant harm’-principe), en tegelijk moet ze een aantal minimale sociale standaarden respecteren. De duurzaamheidscriteria werden per activiteit vertaald naar een reeks technische voorwaarden. Deze moeten op hun beurt steunen op een wetenschappelijke fundering, en waar mogelijk gekwantificeerd zijn.

Deze solide fundamenten worden echter druk gepolitiseerd, waardoor de hele oefening ondergraven dreigt te worden. Eerder dit jaar protesteerden 90 NGO’s nog tegen de voorgestelde plannen, omdat de criteria voor biobrandstoffen en bosbouw  werden uitgehold onder druk van bedrijven en een aantal lidstaten. 

De vraag om kernenergie en gascentrales uit de taxonomie te houden, weerklinkt niet alleen vanuit wetenschappelijke hoek, maar ook uit de financiële sector zelf. Dit zou de richtinggevende- en signaalwaarde van de taxonomie totaal vertroebelen.

Koehandel over kernenergie en gascentrales

Het werd pas helemaal een koehandel bij de vraag om ook kernenergie en gascentrales op te nemen in de groene taxonomie.

Beide technologieën werden uitgesloten door de Technical Expert Group, dat de criteria opstelde. Kerncentrales vielen af omdat ze radioactief afval produceren: ‘nowhere in the world has a viable, safe and long-term underground repository been established’. Dat valt niet te rijmen met het principe van  ‘do no significant harm’. Fossiele gascentrales (zonder CCS) botsten dan weer met de drempelwaarden inzake CO2-uitstoot per kWh, en konden dus bezwaarlijk als een ‘groene’ bron van elektriciteit bestempeld worden. Ook de Europese groene obligaties en de Europese Investeringsbank sluiten zulke investeringen nu al uit. 

Toch pleiten verschillende lidstaten (met name Frankrijk en een groep Centraal- en Oost-Europese landen) ervoor dat kernenergie en gascentrales deel moeten uitmaken van de taxonomie. Wat de gascentrales betreft circuleerde een voorstel waardoor niet alleen de meeste bestaande centrales in aanmerking zouden komen (de limiet van gram CO2/kWh zou opgetrokken worden van 100 naar 340), maar tot aan 2030 zouden ook nieuwe installaties tot de groene taxonomie behoren. 

Voor alle duidelijkheid: de taxonomie zou de financiering voor gascentrales (of kernenergie) niet verbieden. Wie denkt dat deze technologieën noodzakelijk zijn voor de energietransitie, kan er dus nog steeds in investeren. Maar als lidstaten hen, na een hoogoplopende politieke discussie, een ‘groen’ vinkje geven in de taxonomie en in functie daarvan de criteria manipuleren, dan ondergraven ze het nut van dit instrument.  Deze moest namelijk focussen op de bestemming, niet de weg er naartoe. Beleggingsportefeuilles, groene obligaties of overheidsbestedingen die zichzelf  op basis van de taxonomie als duurzaam bestempelen, zouden dan ook gascentrales en kernenergie kunnen omvatten. 

Deze kritiek weerklinkt niet alleen vanuit wetenschappelijke hoek, maar ook uit de financiële sector zelf: deze verzet zich tegen de opname van kernenergie en gascentrales, omdat het de richtinggevende- en signaalwaarde van de taxonomie totaal zou vertroebelen. 

Door de grote verdeeldheid onder de lidstaten, en het gegeven dat met name Frankrijk hier heel wat politiek gewicht tegenaan smijt, ligt het voorstel nu bij Ursula von der Leyen, de voorzitter van de Europese Commissie. Tegen 22 december volgt een beslissing. 

Klimaatbeleid

Meer over Klimaatbeleid