Directe elektrificatie is de toekomst, zo stelt Elia. - © Jason Richard

Elia-studie: direct stroom gebruiken is beter dan er eerst brandstoffen mee maken

 Directe elektrificatie is de toekomst, zo stelt Elia. - © Jason Richard

In ons energiesysteem neemt stroom het meer en meer over van brandstoffen. Hoogspanningsnetbeheerder Elia vergeleek in haar ‘Roadmap to net zero’ twee paden: directe elektrificatie, waarbij stroom rechtstreeks brandstoffen vervangt, en indirecte elektrificatie, waarbij van groene stroom eerst groene brandstoffen wordt gemaakt. Conclusie: directe elektrificatie is het efficiëntst en vermindert onze energieafhankelijkheid het meest. Zon en wind kunnen de bulk van die stroom leveren en nee, het licht zal niet uitgaan.

Elektrificatie: een niet te stuiten trend

Toen mijn moeder vroeger koffie zette, zette ze de moor op het gasfornuis. Tegenwoordig schakel ik de koffiezetmachine aan. Om koffie te zetten heeft elektriciteit het van fossiele brandstoffen overgenomen, en zo zijn er tal van voorbeelden. Die trend krijgt in Europa een nieuwe adem, zeker nu we massaal inzetten op de productie van hernieuwbare stroom.

Er zijn twee manieren waarop (groene) elektriciteit meer plaats in onze maatschappij kan krijgen. Bij directe elektrificatie vervangen we brandstofwagens door elektrische wagens en brandstofketels door warmtepompen. Bij indirecte elektrificatie maken we van groene stroom eerst groene brandstoffen – waterstof of afgeleiden – ter vervanging van fossiele brandstoffen.

Elia vergeleek in haar studie deze twee paden. In het ene scenario trekt Europa de kaart van de directe elektrificatie: het aandeel stroom in het totaal energieverbruik is dan in 2050 70% t.o.v. 23% nu. Groene brandstoffen op basis van groene stroom hebben met 11% een beperkt rol. In het andere scenario trekt Europa volop de kaart van de indirecte elektrificatie; het aandeel stroom is dan 45% en dat van groene brandstoffen 35%.

Aan de vraagzijde moet we nu al werk maken van directe elektrificatie en onder meer de ontwikkeling van warmtepompen en elektrische wagens stimuleren

Directe elektrificatie maakt Europa energie-onafhankelijker

Beide scenario’s bleken zeer uitdagend te zijn, toch heeft het direct inzetten van stroom duidelijk voordelen ten opzichte van groene brandstoffen. Bij directe elektrificatie zal het stroomverbruik in Europa verdubbelen, maar de nood aan stroom is nog een pak hoger bij indirect gebruik via groene brandstoffen. Hoe dat komt? Rijden en verwarmen op stroom is efficiënter dan op brandstoffen. Bij indirect elektrificeren hebben we ruim de helft van het huidig stroomverbruik éxtra nodig.

Al deze stroom moet hernieuwbaar zijn; dus is het nodig om de investeringen in hernieuwbare energie flink op te trekken. Vanaf nu tot aan 2050 zou Europa 3,5 maal sneller hernieuwbare energie moeten uitbouwen dan we nu doen. In het geval van indirecte elektrificatie is de uitdaging nog groter, dan zouden we het huidig tempo met een factor 4,3 moeten opdrijven.

De Elia-studie acht deze groeipaden weinig waarschijnlijk en legt de grens op drie maal sneller. De rest moeten we dan uit andere continenten halen. Bij indirecte elektrificatie moet Europa dus veel meer groene brandstoffen uit andere continenten halen – tot drie keer meer – wat ons continent veel energie-afhankelijker zou maken dan directe elektrificatie.

Zon en wind stevige basis voor toekomstig energiesysteem

In het energiesysteem van de toekomst zullen zon en wind de bulk van onze energie leveren. Toch verwacht Elia niet dat het licht zal uitgaan. Uit de analyse van weergegevens van heel Europa leert Elia namelijk dat zon en wind heel complementair zijn. Voorwaarde is wel dat de Europese landen hun interconnecties met de buurlanden uitbouwen om vlot stroom aan elkaar door te kunnen geven.

Verder moet flexibiliteit aan de kant van de consument het netevenwicht helpen bewaren. Onze auto’s worden dus best niet alleen elektrisch, ze zullen ook moeten fungeren als rijdende batterijen. Tot slot zullen noodcentrales op groene waterstof bijspringen tijdens die dagen met onvoldoende zon en wind. Hun draaiuren zullen wel beperkt zijn.

Aandachtspunten voor de toekomst

Elia sluit haar studie af met een aantal aandachtspunten, die ook relevant zijn voor ons land. We moeten het investeringsritme in hernieuwbare energie dringend optrekken. Volgens Elia moet het vanaf nu drie maal zo hard gaan dan tot nu toe. We hebben ook een evenwichtige mix nodig, en daar horen windturbines op land bij. Hoog tijd dat Vlaanderen werk maakt van het draagvlak voor zulke projecten, bijvoorbeeld door de kosten en baten te laten terugvloeien naar omwonenden.

Lidstaten moeten ook meer samenwerken. Zo moet België nauw samenwerken met de andere landen rond de Noordzee voor de ontwikkeling van het gigantisch potentieel aan wind op zee. Samenwerking is ook nodig voor de versterking van de interconnecties tussen landen, zoals ons land en Denemarken plannen met de onderzeese Triton-kabel.

Aan de vraagzijde moet we nu al werk maken van directe elektrificatie en onder meer de ontwikkeling van warmtepompen en elektrische wagens stimuleren. In Vlaanderen hebben warmtepompen het door de hoge heffingen op stroom nu niet onder de markt: Vlaanderen moet die vele heffingen op stroom dringend afbouwen.

Ten slotte waarschuwt Elia voor een inefficiënt gebruik van groene waterstof. Europa zal voor een deel van groene waterstof afhankelijk zijn van andere continenten en we gaan er best zorgvuldig mee om. Groene waterstof zetten we dus het best niet in voor toepassingen die direct elektrisch kunnen, zoals gebouwenverwarming en licht transport.

Windenergie Zonne-energie

Meer over Windenergie, Zonne-energie