Unsplash | Ricky Rew

De boerenkrijg: door regels te versoepelen gaan de problemen niet weg

Unsplash | Ricky Rew

De Europese Habitatrichtlijn, die poogt onze habitats te beschermen en de aanleiding vormt voor het stikstofdecreet, bestaat al sinds 1992.

Al enkele dagen komen de Europese boeren op straat. Europa en haar vermeende nieuwe “pestregeltjes” zijn kop van jut. Onze politici behandelen de protesten met de fluwelen handschoen en beloven prompt in de regels te snoeien. Een zoveelste lippendienst die de boer geen stap verder brengt en enkel dieper het doodlopende straatje van het huidige landbouwsysteem in duwt. 

Nieuwe regels? Of oude ontkenning?

Het valt te begrijpen dat de boeren boos zijn. Dat “nieuwe” regels de aanleiding er voor zijn, ligt moeilijker. De klimaat- en biodiversiteitscrisis wordt weliswaar elk jaar zichtbaarder,  de milieuwetgeving die deze crisis tracht te milderen, baseert zich op richtlijnen die al decennialang bestaan. De Europese Habitatrichtlijn, die poogt onze habitats te beschermen en de aanleiding vormt voor het stikstofdecreet, bestaat al sinds 1992. De Kaderrichtlijn Water die de volgende crisis zal inluiden, had als doelstelling om in 2015 al tot 100% propere waterlopen te komen. De uitgestelde deadline klokt af op 2027, maar ook dan zullen we ons met z’n allen verbazen als strengere regels nodig zijn. We zullen het niet geweten hebben.

Dat de regels als nieuw overkomen, is vooral te wijten aan een gebrek aan daadkracht bij de politici, beïnvloed door bedrijvig lobbywerk van de grote boerenorganisaties die vooral niets structureels willen veranderen aan het barstende landbouwsysteem. Het zou hun zakenmodel wel eens kunnen raken. De problemen zijn bekend, maar kortzichtige gunsten dienden landbouwers koest te houden tot de volgende verkiezingen. Denk maar aan de miljoenensubsidies voor de varkenssector in 2021 die we nu, weer met publiek geld, trachten uit te kopen. 

Voorstellen om te anticiperen op de welbekende deadlines van milieuwetgeving werden steevast geblokkeerd — de vele landbouwers die het wel over een andere boeg willen gooien ten spijt — waardoor de stinkende wonden van de zachte heelmeesters nu volop aan het etteren zijn. Individuele boeren zijn echter niets met kanttekening dat de milieuwetgeving al lang bestaat en dat men verzuimd heeft die deftig te integreren in het landbouwbeleid. De problemen zijn er voor hen nu, voor deze generatie en de volgende. Al is het van belang dat ze zich niet van vijand vergissen.

Vandaag is het stikstof, morgen is het water. Enkel brongerichte maatregelen die anticiperen op de verschillende problematieken, geven een landbouwer houvast om z’n bedrijfsmodel op te baseren. Door de milieuregels te verzwakken, duwen we enkel de noodzakelijke en urgente omslag in de landbouwsector voor ons uit.

Flinterdunne winstmarges zijn het probleem — niet de vergroening

Het huidige landbouwmodel werkt niet voor de boer(in). Dat is niet de schuld van groene bobo’s uit Europese ivoren torens, maar van het model zelf. Het laat zowat iedereen toe geld te verdienen aan voeding, behalve de boer zelf. 

Dit model is noodlottig geketend aan steeds intensievere landbouw, op steeds grotere schaal. Een ander verhaal is mogelijk, maar daar hebben de grote spelers in de keten, zoals de veevoerbedrijven, de banken en de supermarkten, weinig oren naar. Wanneer politici ervoor kiezen dit model te beschermen, gaat dit niet alleen ten koste van het milieu, maar ook van de vele boeren die al decennia met het water aan de lippen staan.

Europa stelt inderdaad voorwaarden die soms botsen met de krappe marges waar veel machteloze boeren genoegen mee moeten nemen. Anderzijds stelt Europa ook een derde van haar budget ter beschikking van de sector. Was public money dan niet voor public goods? 

Het landbouwbeleid verdeelt de koek echter niet rechtvaardig. Wie meer hectaren heeft, krijgt meer steun. Ook het investeringsfonds van de sector stuurt aan op technologische oplossingen die duwen richting meer en groter. Het helpt het inkomen van de boer niet, en ook klimaat en biodiversiteit blijven verweesd achter, zoals de Europese Rekenkamer duidelijk stelt. Een grote zonde, want het landbouwbeleid is het instrument bij uitstek om milieu en landbouw op harmonische leest te schoeien. 

Hoe moet het nu verder?

We kunnen een kanttekening maken bij het enthousiasme waarmee politici de boerenprotesten omarmen, zeker vergeleken met de harde tegenstand die vakbonds- of klimaatbetogingen doorgaans meemaken. Maar de eisen van de beweging blijven diffuus en richten zich vooral op losse maatregelen. De verwerping van de 4%-regel, die nochtans broodnodig is om onze uitgeputte gronden ademruimte te geven, is tekenend voor deze aanpak.

Het is nu noodzakelijk om niet, naar goede gewoonte, voor elke eis het nodige knip-en-plakwerk op te starten. Het antwoord ligt niet in regels versoepelen of schrappen, ook niet in minder Green Deal — zoals ook de biologische landbouwsector terecht stelt. De impact op natuur, klimaat en gezondheid, de bijhorende problemen (denk maar aan de wateroverlast slechts enkele weken geleden) en torenhoge maatschappelijke kosten, verdwijnen hierdoor niet.

De bezorgdheden wegnemen kan enkel door een integraal, duidelijk kader te bieden dat jaren kan gelden - iederéén vraagt zo naderhand om een landbouwvisie. Vele boeren zijn op het terrein erg bewust bezig met hun omgeving; de kennis van de boer(in) zelf, kan helpen om nog sterker te bepalen wat net de knelpunten zijn in het behalen van de doelen. Het is hierbij de kunst om de natuurdoelen niet verder uit te hollen, maar zekerheid te geven aan boeren door en cours de route minder te spelen met hoe we die doelen zullen bereiken. De manier waarop verandert vaak omdat de problematieken beleidsmatig één voor één aangepakt worden.

Vandaag is het stikstof, morgen is het water. Enkel brongerichte maatregelen die anticiperen op de verschillende problematieken, geven een landbouwer houvast om z’n bedrijfsmodel op te baseren. Door de milieuregels te verzwakken, duwen we enkel de noodzakelijke en urgente omslag in de landbouwsector voor ons uit. Zo blijven we duwen op een model dat niet erkent dat landbouw en natuur fundamenteel verweven zijn, en rollen we de rode loper uit voor een volgende golf aan boerenprotesten.