50 jaar milieubeweging, in 5 spraakmakende boeken - © Kyle Glenn

5 decennia milieubeweging in 5 boeken

 50 jaar milieubeweging, in 5 spraakmakende boeken - © Kyle Glenn

Bond Beter Leefmilieu viert dit jaar haar vijftigste verjaardag. Wat als je dé vijf ultieme milieuboeken van de afgelopen vijftig jaar zou moeten kiezen? Een aartsmoeilijke vraag. En daarom stelden we ze aan onze huisrecensent en boekenliefhebber Johan Van den Broek. Resultaat: zijn milieuboekenverhaal van de voorbije 50 jaar, met persoonlijke toets.

Terugkijken is een hele uitdaging, niet enkel voor iemand die graag vooruitkijkt. Wanneer gevraagd wordt naar “Dé ultieme vijf milieuboeken van de afgelopen vijftig jaar”, schieten me allerlei bedenkingen door het hoofd. “Oei, maar dan kan niet gestart worden met Silent Spring van Rachel Carson (1962). Dan maar Grenzen aan de groei van de Club van Rome (1972)? Of beter een wetenschappelijk opgezette bevraging om tot  dé ultieme top vijf te komen? Wat volgt is een keuze, met verantwoording. Vijf verhalen over boeken die grensverleggend waren of zijn: natuur op de beleidsagenda, een analysekader voor de milieucrisis, de verbreding en verruiming van de milieucrisis als mondiaal probleem, de juridische aanpak van het klimaatprobleem, en erkenning van de betekenis van de natuur voor de mens.

Von Humboldt ervoer dat een politicus beslist wat hij met het advies van een wetenschapper doet.

1. Natuur op de beleidsagenda

De uitvinder van de natuur, Andrea Wulf, 2015 (Atlas Contact)

In 2015 verscheen “De uitvinder van de natuur, het avontuurlijke leven van Alexander von Humboldt”, geschreven door Andrea Wulf, in 2016 de Nederlandse vertaling. Het boek viel veelvuldig in de prijzen.

Von Humboldt was hoogbegaafd en had een schier onuitputtelijke energie. Hij was bemiddeld, had rechtstreekse toegang tot vele invloedrijke personen en besluitvormers, hij was erg doelgericht en doortastend, en had het hart op de goede plaats. Von Humboldt was naar de Chimborazo gereisd, een vulkaan in Ecuador, iets hoger dan 6 000 meter. Naar verluidt geraakte hij tot 5 917 meter. Opvallend is het resultaat: von Humboldt maakte een tekening, en legde een relatie tussen allerlei abiotische en biotische elementen. Het werk van al zijn voorgangers, en wellicht was Linnaeus de meest opvallende, resulteerde in tabellen, lijsten, taxonomieën, of nog andere opsommingen. Von Humboldt legde relaties tussen bijvoorbeeld de hoogte van de berg en de plantengroei, maar ook temperatuur en luchtdruk, en uiteraard tussen de planten onderling. Eens beroemd en geroemd gingen nog meer deuren open voor de man. Hij ging er prat op om met de president van de Verenigde Staten, Thomas Jefferson aan tafel te hebben gezeten.

Von Humboldt ervoer dat een politicus beslist wat hij met het advies van een wetenschapper doet. Voor von Humboldt was dit vreemd, hij was namelijk gewoon dat hij velen kon overtuigen van zijn inzichten en dat die inzichten dan ook omgezet werden in beslissingen. Nee, von Humboldt mocht tegen slavernij zijn, Jefferson was en bleef voor. De gelijkenis met de actuele natuur- en milieucrisis is voor de hand liggend. Zolang het maar niet gaat over hoe onze economie moet draaien, word je beluisterd. Als von Humboldt één van de cruciale pijlers, namelijk goedkope arbeidskrachten, niet enkel in vraag stelt, maar ook aangeeft dat dit niet kan, wordt hij terzijde geschoven. Von Humboldt was ook één van de eerste wetenschappers die een door de mens veroorzaakte klimaatverandering te berde bracht.

Andrea Wulf leverde een ronduit schitterende biografie af. Knap geschreven, een onvoorstelbaar aantal bronnen uitgevlooid, von Humboldt achterna gereisd, en vooral een knap verhaal met een heldere boodschap. Hij plaatste als eerste natuur op de agenda van vele politici. Hij bezat een onuitputtelijke energie, nam steeds initiatief en had oog voor het geheel. En als uitmuntend wetenschapper durfde hij het politieke toneel betreden, uitermate bekommerd om natuur en milieu.

De 'Ogen van de Panda' ligt vermoedelijk bij vele milieu- en natuurbeschermers van het eerste en het tweede uur ergens in de vitrinekast in de woonkamer.

2. Analysekader voor de milieucrisis

De ogen van de panda, Etienne Vermeersch, 1988 (Uitgeverij Houtekiet)

De decade 1985 -1994 bracht dynamiek in de Vlaamse milieuwereld. In Nederland verscheen met “Zorgen voor morgen” en “Kiezen of verliezen” zowel het eerste omvattende milieurapport als het eerste milieubeleidsplan. Onze noorderburen voerden die beleidsaanpak met fierheid uit naar andere landen, telkens met tientallen onderzoeksbureaus in het kielzog van de overheid. Ook Vlaanderen zou volgen.

Dat milieubeleid milieuproblemen wil oplossen, is bekend. Maar waarom ontstaan die problemen? Het antwoord werd neergeschreven door filosoof Etienne Vermeersch. Merkwaardig detail: hij was een uitgetreden priester en zijn gedachten waren meebepalend voor Laudato Si, verspreid door de katholieke Kerk, en dus formeel toegedicht aan de Paus.    

In 1988 verscheen het boek “De ogen van de panda, een milieufilosofisch essay” bij uitgeverij Marc Van de Wiele, in samenwerking met Stichting Leefmilieu. 22 jaar later verscheen een update, van dezelfde auteur, maar bij een andere uitgeverij. Nog steeds een panda op de voorpagina. Maar in de nieuwe versie ligt er nog een kleine panda tegen de grote aangeleund: de aaibaarheid is verhoogd.

Het authentieke werk ligt vermoedelijk bij vele milieu- en natuurbeschermers van het eerste en het tweede uur ergens in de vitrinekast in de woonkamer, centraal, bijna sacraal opgeborgen, voorzien van een borsteltje om het boek af te stoffen alvorens het open te slaan. Het telde 70 pagina’s, aangevuld met de mythische toespraak die Chief Seattle werd toegedicht.

Het boek veroorzaakte deining. Er verschenen tal van interviews met Etienne Vermeersch in diverse dag- en weekbladen, en niet enkel in milieutijdschriften, maar ook in meer op de  bedrijfswereld georiënteerde bladen. Intermediair, het Weekblad voor kaderleden, publiceerde op 13 februari 1989 een stevig interview en op 27 februari 1989 een uitgebreid artikel. De kerngedachte van het boek was het WTK-bestel, Wetenschap-Technologie-Kapitaal. Juist de combinatie van deze drie bepalen het grote succes van de westerse economie en cultuur. WTK heeft tot een enorm succes geleid, maar, in de 20e eeuw is het systeem op hol geslagen en als het niet wordt vertraagd of gestopt, stevenen we af op een regelrechte catastrofe.

Het is geen toeval dat een “professioneel denker”, een filosoof dus, met een denkkader op de proppen kwam. Het opmerkelijke was dat Vermeersch een universeel denkkader neerpootte. Niet onverwacht volgden diverse gedachtewisselingen. Vermeersch ontlokte graag discussies om ook anderen tot (logisch) denken aan te zetten. Denken was nu éénmaal zijn natuur. Zijn gedachtegoed staat nog steeds overeind en niet enkel in Vlaanderen. De gedachten van Vermeersch vinden we vandaag terug in het boek Onbewoonbare aarde van David Wallace Wells, en vele andere, tot en met een pauselijke Encycliek.

De stelling van Lynas: we zijn ontstellend, fenomenaal onwetend. Alsof God blind en doofstom is, zo blunderen we maar door.

3. De milieucrisis als mondiaal probleem

De mens als god, Mark Lynas, 2011 (Uitgeverij Jan Van Arkel)

Als je vandaag een wetenschappelijk werk over klimaat(verandering) leest, vind je bijna altijd een verwijzing naar het denkkader van Johan Rockström & z’n collega’s over de planetaire grenzen. Tien jaar geleden was dat anders. Om problemen te vatten, volgt na de analyse steevast een opdeling in hokjes. Met milieuproblemen is dat niet anders. De opdeling tussen lucht/water/bodem lag al lang in de prullenmand, net als de ver-thema’s (vermesting / verzuring / klimaatverandering) en de opdeling in toevoeging/onttrekking/verandering. Er was nood aan een mondiaal kader, aan de identificatie van systeemontwrichtende stromen en aan het kwantificeren van (absolute) grenswaarden. En toen was er Johan Rockström. Mark Lynas zette hem mee op de kaart.

Wie was en is Mark Lynas? In 2008 publiceerde Mark Lynas het beste wetenschapsboek, volgens de Royal Society in Engeland. De titel? "zes graden", een boek waaraan hij startte in 2005. Zes graden slaat op een voorspelling van de (vermoedelijke) stijging van de aardtemperatuur door de klimaatopwarming. Door velen werd toen voortdurend gezegd dat men de opwarming kon beperken tot twee graden. Hij beschreef de te verwachten gevolgen graag per graad. Omdat mensen volgens Lynas te weinig beseffen hoeveel er op het spel staat, wilde hij met het boek twee elementen aan de discussie toevoegen. Ten eerste wilde hij onderstrepen hoe groot het belang van de biodiversiteit is en hoe deze bedreigd wordt door de klimaatopwarming. Ten tweede wilde hij de klimaatopwarming in een breder geologisch perspectief plaatsen

Vandaag klinkt een keuze voor Lynas begrijpelijk. Hij schrijft vaak voor The Guardian over milieu en vooral klimaat. Belangrijker, zijn mening wordt erkend en gerespecteerd. Tien jaar geleden lag dat anders. Hij werd niet op handen gedragen door de (Britse) milieubeweging, hoewel zijn roots daar wel liggen. Hij is tegen de nacht van de duisternis, tegen het lager zetten van de thermostaat (en DikkeTruienDag), en vóór kernenergie, enz. Over Fukushima praat hij in termen van “overdreven berichtgeving”, “irrationele kijk op”. Lynas maakte de afspraak met de wetenschappers dat hij, als schrijver en milieuactivist, zou doen wat de wetenschappers niet konden, namelijk die wetenschappelijke kennis bekendmaken aan het grote publiek.

In 2011 publiceerde hij het boek “de mens als God, hoe de aarde het Antropoceen kan doorstaan”. De keuze voor de titel was voor hem eenvoudig. “We zijn ontstellend, fenomenaal onwetend. Alsof God blind en doofstom is, zo blunderen we maar door, zonder kennelijk enig besef of begrip van onze vermogens.” Juist daarom stelt Lynas dat de natuur ons niet meer in de hand kan houden, en dat we het zelf moeten doen.

Het werd een opmerkelijk boek, dat grotendeels bestond uit het relaas van de eerste wetenschappelijke workshop over planetaire grenzen, georganiseerd in het kader van het Tällberg Forum in Zweden. Verder heeft hij continu kunnen putten uit de Radcliffe Science Library. Lynas was uitgenodigd om samen met een groep wetenschappers in besloten kring te discussiëren over het begrip ‘planetaire grenzen’, een term die werd bedacht door Johan Rockström, directeur van het Stockholm Resilience Centre. De wetenschappers, allemaal wereldwijd erkende experts, wilden bepalen welke delen van het ‘systeem aarde’ het meest beïnvloed worden door de mens en wat op die onderdelen de daarbij behorende limieten van de menselijke activiteit zouden zijn. Bedoeling was om de ruimte af te bakenen waarbinnen de mens veilig kan opereren. Intussen is het gedachtegoed van Johan Rockström & Co, de planetaire grenzen, al jaren algemeen erkend en gedragen. Het verhaal noemt negen planetaire grenzen: biodiversiteit, klimaat,  stikstof, ozonlaag, verzuring, landgebruik, zoetwater, gifgrens en de aerosolgrens.

En toch, na tien jaar terugkijken op Lynas & Rockström geeft een andere blik op dezelfde werkelijkheid. Rockström & co ontwikkelden het concept van de planetaire grenzen en Lynas droeg bij om het te populariseren. Het concept was onbekend, anders en nieuw, en vandaag is het mondiaal verspreid, veelvuldig gebruikt en algemeen erkend. Pijnlijk is natuurlijk dat de planetaire grenzen alleen meer onder druk zijn komen te staan en steeds meer overschreden worden.

De essentie van Cox' verhaal: de staat heeft een gebrek aan macht, de burger een gebrek aan info, en dus kan de burger zijn burgerplicht niet vervullen.

4. Een juridische aanpak voor het klimaatprobleem

Revolutie met recht, Cox, 2011 (Stichting Planet Prosperity Foundation)

Vandaag lijkt het allemaal voor de hand liggend. De druk op bedrijven die actief zijn in fossiele brandstoffen neemt voortdurend toe. Klimaatactivisten prikkelen voortdurend, klimaatbewuste aandeelhouders stellen vragen, formuleren eisen en vullen bestuursmandaten in. Grote institutionele beleggers wensen duurzaamheidstoetsen en stappen nu en dan op uit beleggingen in de olie- en gasindustrie. De rol van Roger Cox in deze omwenteling kan niet worden overschat. Roger Wie? Cox. Tien jaar geleden een nobele onbekende, recent opgenomen in de lijst van 100 mondiaal meest invloedrijke personen.

Cox is een geëngageerd sniper. Zijn wapen? De rede, en zijn speelveld is het recht. Meestal vertoeft hij in de coulissen. Uitzonderlijk gaf hij eind mei 2021 een hele trits interviews na de juridische overwinning op Shell. Alvorens dat ene schot te lossen, onderzoekt Cox alles, maar dan ook alles. De grondigheid en nauwgezetheid van de voorbereiding bepaalt namelijk het succes. Het kiezen van het doelwit, het kiezen van het tijdstip, het minutieus onderzoeken van de omstandigheden, … In de reeks interviews die hij gaf naar aanleiding van het Shell-succes liet hij zich ontvallen dat hij zich (opnieuw) ging terugtrekken en lang ging nadenken over een volgende stap.

Cox is een briljant jurist met een hoog maatschappelijk engagement. In een eerste stap werd met Urgenda de Nederlandse staat aangepakt, recent ook een bedrijf (Shell). “Een bescheiden advocaat uit Nederlands Limburg joeg deze week een schokgolf door de directiekamers van menig multinational. Nadat hij al de Nederlandse regering heeft gedwongen om de CO2-uitstoot te verminderen, doet hij nu hetzelfde met Shell” (De Tijd 29/5/2021).

Zijn gedachten en aanpak leidden ook in België tot een Klimaatzaak, gestart door 12 individuen. Vanaf 2014 startten met inmiddels 62 000 ondertekenaars een procedure tegen de verzamelde overheden. Na langdurig getreuzel, oeverloze rondjes zwartepieten en formele taalperikelen oordeelde op 17 juni 2021 de rechtbank dat de overheden nalatig waren.

Het boek “Revolutie met recht” verscheen in 2011 en werd gepubliceerd door de Stichting Planet Prosperity Foundation. Het is een sobere uitgave: geen foto’s, geen afbeeldingen, geen tabellen, enkel tekst, zwart-wit. Op de cover heeft het woord “revolutie” een groen kleur. Het meest opmerkelijke was de rode wikkel om het boek met de tekst “WARNING You do not have the right to remain silent after reading”.

Geschuifel, zou ik het boek wel lezen? Wat ga ik doen? Cox grijpt de lezer bij zijn nekvel al vóór je het boek openslaat. En hij laat die lezer niet meer los. Nooit. De uitspraak op de wikkel doet denken aan een oneliner die aan Bertold Brecht wordt toegeschreven: “hij die niets weet, is een domoor, en hij die weet en niets doet, is een misdadiger”. Is zwijgen een misdaad? Is zwijgen een vorm van medeplichtigheid? Is zwijgen een recht? Cox is niet enkel verontwaardigd over de manier waarop we leven maar hij neemt initiatief en handelt. Hij richtte een Stichting op en wil vooral dat ook anderen helpen om onze maatschappij bewust een andere keuze te laten maken.

Cox lezen is een verademing in onze blitse infocultuur. De tekst is logisch opgebouwd, paragraaf na paragraaf. Het eerste deel gaat over olie en zet de informatie op scherp. Het bestuurlijke geknoei van de OPEC, de misleidende informatie over de (strategische) reserves, het dalen van de rendementen van de oliewinning, met schaliegas als dramatisch dieptepunt, de kwetsbaarheid van het systeem: een beschrijving die je niet echt vrolijk maakt. Aan het einde komt hij tot de essentie. De staat heeft een gebrek aan macht, de burger een gebrek aan info, en dus kan de burger zijn burgerplicht niet vervullen. De democratie kan niet (meer) functioneren. Hij pleit voor een onder curatele stellen door de rechterlijke macht van regeringen en parlementen. Illustratief is de recente actie van de Klimaatzaak. Drie maanden na de rechterlijke uitspraak werd een open brief aan de eerste minister bezorgd. De boodschap is eenvoudig: “de rechter spreekt en de boer, hij ploegde voort”. Of nog, één precisieschot van Cox ontbloot haarfijn de ongeschiktheid van het actuele democratische systeem voor een structurele aanpak van het klimaatprobleem. 

5. De betekenis van de natuur voor de mens wordt erkend

De levende berg, Nan Spepherd, 1977 (en 2020) (De Arbeiderspers)

Velen leggen het begin van de liefde voor het landschap graag bij Petrarca,die de Mont Ventoux beklom (26 april 1336) en de omgeving lyrisch beschreef. Maar ook Nan Shepherd zette de toon met haar beschrijvingen van de natuur in haar nabije omgeving, de Schotse hooglanden. De bergen, plateaus, rivieren en meren hebben, hoe kan het ook anders, namen waar je tong over struikelt, zelfs zonder een glas whisky.

Het boek van Nan Shepherd lag lang onder het stof. “Nan” staat voor “Anna”. Ze studeerde af in 1915, onderwees Engels, schreef, en wandelde héél veel in haar omgeving. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog schreef ze een boek “The Living Mountain”. Haar uitgever keilde het in de prullenmand. In 1977 werd het dan toch uitgegeven. En pas in 2020 kreeg het boek een Nederlandse vertaling.

Intussen liggen er stapels literatuur van mensen die de natuur waarderen. Kortom, Nan Shepherd heeft onbewust een literatuurberg geïnspireerd.

De levende berg bevat prachtige beschrijvingen van de omgeving. Nans teksten zijn geen bombastisch proza, het is veeleer sober, en ze probeert zo precies mogelijk haar indrukken weer te geven. Ze vertaalt de sfeer met beschrijvingen als “in de roerloosheid van een intense zomerhitte”. Het tweede wat opvalt is haar kennis over de natuur in haar omgeving. Ze kent de wegels, de waterlopen, de meertjes, de plateaus, de viewpoints, de overhangende rotsen, de stroomrichtingen, de geografie, de geologie, de wolken, het weer, vooral de ruwheid en de grilligheid, en ze deelt die kennis graag. Het boek is opmerkelijk omdat het zo veel meer bevat. Ze beseft als geen ander dat natuur en landschap ook waardevolle eigenschappen kunnen hebben als “ontoegankelijkheid” en dat de exclusiviteit waardevol is voor mensen die eenzaamheid appreciëren. Ze beschrijft hoe je best kijkt opdat je het best de natuur kan ervaren. Ze bewondert en toont diep respect.

Ze dicht de berg (en zijn omgeving) ook tal van eigenschappen toe die je aan een dier of een mens toeschrijft. De ene berg is een reus, een andere beschrijft ze met begrippen als “een logge rug, muil en slagtanden”, wat verder staat de ronduit merkwaardige zin “Water babbelt.” Wat verder schrijft ze dat de berg zijn waardigheid ontleent aan zijn enormiteit. Ze zet nog een stap verder en praat over het rationeel ongrijpbare. “Water … zoals alle diepe mysteries is het zo eenvoudig dat het me bang maakt”. Elders beschrijft ze hoe ze samen met een gezellin in een meer waadt. “Ik waadde langzaam terug naar het ondiepe water. Er was niets wat het waard leek om gezegd te worden. Mijn ziel was even naakt als mijn lichaam.” Nan Shepherd schrijft ergens “omdat de berg niet sprak” en juist daarom geeft zij de berg, haar berg, een identiteit. Het maakt haar berg tot een levende berg, tot een persoon die ze koestert.

Het is genoegzaam bekend: schrijvers inspireren schrijvers. Net als bij een rivier kan de oorsprong van een gedachte intrigerend zijn, maar er is niet steeds één unieke, helder afgelijnde bron. Het boek bevat ook een uitgesponnen inleiding van Robert Mcfarlane, bekend van bijvoorbeeld “de laatste wildernis” en “de oude wegen”. Hij duidt het belang van het boek, en legt uit waarom Nan Sheperd zijn muze is. De beschrijvingen, de waarnemingen, de beschouwingen, de filosofische gedachten, het mystieke, het zen-gehalte,…

Intussen liggen er stapels literatuur van mensen die de natuur waarderen. Kortom, Nan Shepherd heeft onbewust een literatuurberg geïnspireerd. Bovendien heeft Nan Shepherd onmiskenbaar bijgedragen aan de maatschappelijke erkenning van natuur. Ze voelt zich één met de natuur en denkt vanuit die eenheid. Ze geeft de berg een stem, voor haar is het een persoon en een persoon heeft rechten. De stap naar de rechtspersoonlijkheid is dan ook snel gezet. Shepherd heeft dus niet enkel een literatuurberg geïnspireerd, ze heeft ook bijgedragen aan het toekennen van een rechtspersoonlijkheid aan de natuur.

50 jaar krachten bundelen