Milieublog

Home > Milieublog

Milieublog: laatste berichten

Share

Lessen uit Fukushima

thema’sKlimaat & energie

22/03
2012

Onlangs herdachten we de kernramp in Fukushima. Een jaar geleden trof een enorme aardbeving en Tsunami Japan en dat veroorzaakte één van de zwaarste kernrampen in de geschiedenis. Tienduizenden Japanners zullen hier gedurende decennia de gevolgen dragen. Dit zorgde ervoor dat de toekomst van kernenergie, niet alleen in Japan maar ook wereldwijd, openlijk terug in vraag wordt gesteld.

Als een doekje voor het bloeden werden in de nasleep van de gebeurtenissen van Japan her en der maatregelen aangekondigd om de veiligheid van kerncentrales te verscherpen. Zo moeten de Europese stresstests ons al dan niet geruststellen over de veiligheid van onze kerncentrales.

Maar, als er één ding is dat we kunnen onthouden uit de gebeurtenissen in Japan, is dat een honderd procent veilige kerncentrale eenvoudigweg niet bestaat. Bovendien hebben de meeste kerncentrales al heel wat jaren dienst achter de rug. En, hoe ouder de centrales, hoe groter het risico.

Wereldwijd staan er ongeveer 350 kernreactoren die meer dan 20 jaar oud zijn. De Belgische reactoren zijn tussen de 27 en 37 jaar oud. Volgens het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), een organisatie die niet bepaald gekend is om een kritische houding tegenover kernenergie, kan de veiligheid van deze oude centrales niet gegarandeerd worden. Dat blijkt uit een rapport dat onlangs is uitgelekt. Het IAEA stelt de nood aan strengere veiligheidsregels vast. Het is zeer onzeker of de oudere reactoren kunnen voldoen aan strengere veiligheidsregels.

De enige manier om onze veiligheid ten allen tijd te garanderen, is door een einde te maken aan het kernenergietijdperk. Sommige landen, met Duitsland op kop, lijken dit begrepen te hebben.

En ons land? België besefte al jaren geleden dat de inzet van kernenergie een eindig verhaal is. Al in 1988, in de nasleep van de kernramp van Tsjernobyl, kwam er een moratorium op de bouw van nieuwe kerncentrales.

In 2003 werd bij wet beslist om de centrales na een levensduur van 40 jaar te sluiten. Een verstandige beslissing, die er meteen voor zou zorgen dat de weg wordt vrijgemaakt voor nieuwe en duurzamere energiecentrales.

Zou, want al sinds haar stemming ligt de wet op de kernuitstap onder vuur. Jaar na jaar wisselen onheilspellende studies, die dreigen met een bevoorradingstekort, zich af met studies die aantonen dat een sluiting van de kerncentrales perfect mogelijk is. In al die jaren was er slechts één rode draad: een schrijnend gebrek aan visie voor onze toekomstige energievoorziening.  

Heeft Fukushima daar verandering in gebracht? De wil van de regering om de wet op de kernuitstap te respecteren leek een stap in de goede richting. Maar de onduidelijkheid blijft. De “wil” om de centrales te sluiten werd afhankelijk gemaakt van nog maar eens een nieuwe studie. Pas deze zomer zullen onze politici op basis daarvan een beslissing nemen over de toekomst van onze oude kerncentrales.

Fukushima heeft duidelijk gemaakt dat dit soort keuzes heel verstrekkende gevolgen kunnen hebben. We gaan ervan uit dat onze politici dat onderhand wel begrepen hebben.

Sara Van Dyck


reactiesreageer

aanpasdatum22 maart 2012 | Sara Van Dyck

Hoge olieprijs versterkt aandacht voor alternatieven

thema’sKlimaat & energie

20/03
2012

De prijs voor een vat Brent-Noordzeeolie klom deze week naar een nieuwe recordprijs. Een vat kost nu 96,18 euro, dat is 6 procent duurder dan bij de vorige piek in juli 2008. Dat kan vreemd lijken. Europa gaat door een milde recessie. De economisch groei in de VS is evenmin spectaculair. Daardoor moet de vraag naar olie toch lager uitvallen? Maar er spelen andere factoren.

Wisselkoerseffecten, problemen in de olieproducerende landen, speculatie en de groeiende vraag vanuit de opkomende landen zijn de meest geciteerde redenen voor de klim in de olieprijs. Of is de lang verwachte oliepiek nu toch een feit?

Stijn Decock, analist bij Petercam, aan de telefoon. “Ja, mogelijk is de oliepiek al een aantal jaar bereikt. In het verleden waren er twee extreme stromingen in de discussie. Langs de ene kant degene die dachten dat de olieproductie een top ging bereiken en daarna dramatisch zou terugvallen. Langs de andere kant diegenen die helemaal niet geloofden in de theorie van een begrensde olieproductie. De laatste jaren wint een meer gematigde analyse terrein. Er lijkt niet al te veel rek op de olieproductie te zitten waardoor de bodem onder de prijs een stuk steviger is dan het plafond.”

Zal de grootschalige ontwikkeling van teerzanden uit Canada geen verandering brengen? “Niet zozeer de omvang van de reserves is van belang, wel hoe snel er olie kan gewonnen worden. De productie van olie uit teerzand is nog altijd beperkt en zal geen grote prijsdalingen veroorzaken.

Wat er ook van zij, de hoge olieprijzen laten zich voelen. Gelukkig is de winter al voorbij want stookolie flirt met records. De hoge kerosineprijs is het zorgenkind van de luchtvaartsector. Automobilistenverenigingen zoals Touring klagen steen en been over de recordprijzen voor benzine en diesel.

Mocht de overheid er al het geld voor hebben, het probleem van de hoge olieprijzen valt moeilijk te verhelpen. De wereldwijde vraag naar olie zal in 2012 naar verwachting toenemen met 800.000 vaten naar 89,9 miljoen vaten per dag, volgens het Internationaal Energie Agentschap. Azie is de grote slokop:  700.000 vaten van die groei neemt het voor zijn rekening. De meeste analisten verwachten hoge olieprijzen voor de rest van het jaar, zeker als de economische groei in de EU en de VS opnieuw aantrekt.

De keerzijde van het verhaal is dat andere energiebronnen interessanter worden. Verwarmen op gas zou nu al de helft goedkoper zijn dan verwarmen op stookolie, berichtte De Standaard. Wie naar het werk fietst of de trein neemt, bespaart zich dure tankbeurten. Aan de huidige olieprijs zou  het in 2020 goedkoper zijn om met een elektrische wagen rond te rijden dan met een conventionele - alle kosten incluis en zonder subsidies - als tegen dan de prijs van het batterijpakket aanzienlijk daalt, berekende de Boston Consulting Group. Meer structureel: het punt waarop hernieuwbare energie opwekking goedkoper is dan opwekking uit fossiele brandstoffen zou de komende jaren bereikt worden, en in sommige landen zelfs al bereikt zijn.

De analisten van Bloomberg new energy finance; vonden dat de best presterende windenergieprojecten nu al zonder subsidies de concurrentie kunnen aangaan met nieuwe kolencentrales, tot voor kort de goedkoopste vorm van elektriciteitsproductie. In 2016 zou de mediaan van de nieuwe windmolenparken de concurrentie kunnen aangaan met nieuwe kolencentrales, opnieuw zonder subsidies. Zo verklaarde de CEO van Mytrah (projectontwikkelaar voor windmolens), Alastair Cade, eerder dit jaar aan Bloomberg dat de nieuwe windmolenparken van het bedrijf in India aan dezelfde prijs of goedkoper stroom kunnen leveren dan nieuwe kolencentrales.

Naast de hoge prijs voor steenkool, speelt ook het overcapaciteit in de productie van windmolens mee, waardoor ze net zoals zonnepanelen momenteel erg goedkoop op de markt komen. Voor het klimaat is het vervangen van kolencentrales door windmolens zowat het beste wat kan gebeuren.

Mathias Bienstman

reactiesreageer

aanpasdatum20 maart 2012 | Mathias Bienstman

Enkel glas voor het MAS, tropisch hout voor de Gentse stadshal

thema’sDuurzame ontwikkeling

7/02
2012

Er beweegt wat in de stad. Na decennia van stadsvlucht, achteruitgang en verpaupering hebben de steden sinds de eeuwwisseling een tweede adem gevonden. Ze investeren volop in stadsvernieuwingsprojecten, parken en openbare groenvoorzieningen, openbaar vervoer,… Wonen in de stad is opnieuw hip. Stadsbesturen zetten in op architecturaal hoogstaande stadsprojecten, om zo de meerwaarde van de eigen stad in de verf te zetten. In Antwerpen is dat het veelbesproken Museum Aan de Stroom op het Eilandje, ontworpen door het befaamde bureau Neutelings Riedijk Architecten. Een schot in de roos voor de city-marketing. In Gent gaat het om de nieuwe stadshal, centraal gelegen tussen stadhuis en Belfort, van het gelauwerde architectenduo Robberecht&Daem. Het gaat in beide gevallen om doordachte en waardevolle stedenbouwkundige ingrepen in een dichtbebouwd, historisch stedelijk weefsel. Door hun vernieuwende architectuur veroorzaken ze commotie en discussie, maar beide zijn een toegevoegde waarde voor hun stad.

Daarom is het zo spijtig dat er juist bij dit soort projecten onwaarschijnlijke blunders maken tegen de basisprincipes van duurzaam bouwen. Als het er echt om begint te spannen, laten ze de eigen milieudoelstellingen los gelaten. Zo werd bij het MAS veelvuldig gebruik gemaakt van enkel glas, terwijl er veel overheidsgeld in publiekscampagnes geïnvesteerd wordt om burgers te overtuigen dubbel glas te installeren: ‘Goed voor uw portemonnee en goed voor het milieu!’

Bij de stadshal in Gent zou volgens de offerte duurzaam hout met een FSC-label gebruikt worden. Maar omdat de werfplanning in het gedrang kwam, werd op het laatste moment beslist om Afrormosia te gebruiken, tropisch hardhout uit Centraal Afrika, met een onduidelijk label, nota bene van een bedreigde boomsoort. De offerte voor de bouw van de stadshal werd vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad, de afwijking voor het tropisch hout niet. Dat alles gebeurde onder druk van de aankomende verkiezingen. Het project moet tijdig aan het grote publiek voorgesteld kunnen worden – lees: voor de kiezing – en dan zijn enkele weken uitstel om op gelabeld hout te wachten, geen optie. 

De wettelijke procedures en de daarbij voorziene afwijkingsmogelijkheden zijn dan wel juridisch correct doorlopen, de nodige vergunningen en adviezen werden aangevraagd, maar goed bestuur is dit niet. Burgers worden met publiekscampagnes en premies aangespoord om streekeigen hout te gebruiken en energie te besparen. Waarom kiezen de stadsbesturen dan voor enkel glas en tropisch hout?

Blijkbaar is het besef van de noodzaak van duurzame investeringen nog niet volledig doordrongen bij de besluitvormers zelf. Terwijl dubbel glas en streekeigen hout voor een groot deel van de bevolking een evidentie zijn. We missen een voorbeeldrol en voortrekkersrol van de overheid, ze blijft hangen in haar kortetermijndenken (lees verkiezingsmodus). Hoe kunnen we verwachten dat een maatschappij dan tot verandering komt? Voor een stadsbestuur dat zichzelf progressief noemt en pretendeert een voorbeeld te zijn voor haar burgers, kan dat echt niet door de beugel.

Erik Grietens

reactiesreageer

aanpasdatum7 februari 2012 | Kris Van Rossem

Touring wil het mobiliteitsdebat blokkeren

thema’sVerkeer

27/01
2012
Touring wil met een harde kern de wegen blokkeren. De stijgende kosten voor autogebruik zint de mobiliteitsorganisatie niet. De interventie van de mobiliteitsorganisatie, die afgelopen dinsdag kranten en Terzake haalde, was van een bedenkelijk niveau: Tourings aanbevelingen zijn niet coherent en vaak ongegrond.

"Het is nu écht genoeg geweest. De overheid moet stoppen met het geld altijd maar bij de chauffeurs op te halen", aldus Touring woordvoerder Danny Smagghe. "Op de duur hebben we geen centen meer over om nog aan andere zaken te spenderen. En dan draait onze economie vierkant.” "We eisen minder brandstofaccijnzen," vervolgde de woordvoerder van Touring. "De chauffeurs zouden in opstand moeten komen. Met de oprichting van een syndicaat voor automobilisten kunnen we desnoods het verkeer platleggen." In één adem keerde Smagghe zich ook tegen het afschaffen van de ecopremie en de nieuwe regeling voor bedrijfswagens.

Ecopremie

Net dat is vreemd.  De ecopremie werd zoals andere premies gefinancierd met belastingsgeld. Of in de economische logica van Touring: door de belastingen die de overheid inde om de ecopremie uit te keren, hadden we geen centen meer over om aan andere zaken te spenderen.

Niet alleen was de ecopremie een doodgewone cadeau voor de autoproducenten en automobilisten, ze was ook niet doelmatig. Er gingen de afgelopen jaren honderden miljoenen euro’s naar een verdere verdieseling van het wagenpark met een beperkte invloed op de CO2 uitstoot in ons land. (zie babbel econotec studie)

Bedrijfwagens

Zo ook voor de bedrijfswagens. De aanpassing in de berekening van het voordeel van alle aard is geen belastingsverhoging maar een verlaging van de subsidiëring. Na de solden spreek je toch ook niet van een ‘prijsstijging’.

Rondrijden met een salariswagen is goedkoop omdat de bedrijven en de overheid het grootste deel van de kosten dragen. Dat we met z’n allen het wagengebruik en brandstofverbruik van één groep subsidiëren, is voor Smagghe geen zaak. Terwijl het stelsel zodanig is scheef gegroeid, dat het de staat handenvol geld kost en de mobiliteit niet vooruit helpt. Of zoals de Hoge raad voor Financiën concludeerde na een grondige, becijferde analyse: “De Afdeling is van mening dat men geleidelijk naar de afschaffing van het belastingstelsel van de bedrijfswagens moet gaan en de belasting van het voordeel van alle aard moet afstemmen op dat van de lonen, zowel in hoofde van de werkgever als van de werknemer. Hetzelfde beginsel is van toepassing op de tankkaarten.” Een belangrijk woord in deze paragraaf is ‘geleidelijk’: ondernemingen en gebruikers van een bedrijfswagen moeten de tijd krijgen om hun situatie te heroverwegen en over te stappen op een particuliere wagen of openbaar vervoer.

Kosten wagengebruik

De essentie van de discussie gaat echter over de kosten van wagengebruik. Zijn die te hoog of te laag? Zonder een duidelijke maatstaf is dat een oeverloze discussie, zeker als je zoals Touring geen rekening houdt met de inflatie. Vanuit de perceptie kan je allerlei argumenten aanvoeren. Bijvoorbeeld: jaar na jaar groeit het Belgisch wagenpark nog met 70.000 wagens. Tussen 1990 en 2010 kwamen er bijna de helft meer wagens op de wegen. Dit wijst er toch op dat wagens niet te duur zijn. De gevolgen zijn te merken op de wegen. Het is van ’s morgens tot ’s avonds aanschuiven: op de snelwegen en in de stadscentra.

De volgende hamvraag stelt Touring zich niet. Dekken de heffingen en belastingen de kosten van het wagengebruik? Kosten aan wegonderhoud, milieu en gezondheid. Wagengebruik is interessant voor de gebruiker maar leidt ook tot file, gezondheids- en milieukosten. Moeten wij als maatschappij betalen voor de kosten die de individuele autogebruiker veroorzaakt? Nee, als we de externe kosten integreren in de kostprijs van wagengebruik, verhogen we de welvaart voor iedereen.  

Diesel

Touring wil dat het gebruik van dieselvoertuigen terug goedkoper wordt. Vlaanderen gaat gebukt onder een slechte luchtkwaliteit door de vele dieselvoertuigen in ons wagenpark, maar Touring wil ze verder bevoordelen. Nu zijn er studies die er op uitkomen dat gebruikers van benzinewagens in ons land gemiddeld genomen voldoende voor de externe kosten opdraaien. Voor andere voertuigen geldt dat niet. Meer zelfs, diesel wagens worden te laag belast.

BBL pleit er dan ook voor om dieselwagens correct te belasten. Het afschaffen van de omgekeerde cliquet is een goede zaak. De formule voor de berekening van de nieuwe BIV houdt momenteel onvoldoende rekening met de negatieve impact op de luchtkwaliteit door dieselwagens. Ze wordt de komende week best aangepast in het Vlaams Parlement.

Kortom, de frustratie die nu leeft bij mensen die kampen met hoge brandstofprijzen of een plots duurder wordende bedrijfswagen, is bij Touring in slechte handen. Op het pleidooi voor een slimme kilometerheffing na, zijn de voorstellen van Touring naast de kwestie of ongegrond. Wie zich goedkoper wil verplaatsen zoekt naar vervoersmiddelen met lage externe kosten zoals fietsen, openbaar vervoer of zuinige wagens. Touring zaait verwarring over dat fundamenteel uitgangspunt van een groene verkeersfiscaliteit. De mobiliteitsorganisatie riskeert niet enkel het verkeer plat leggen, maar ook het debat over een duurzame mobiliteit tot stilstand brengen. Indien dat het opzet is van Touring, dan kijken de honderduizenden mensen die bekommerd zijn om een vlotte mobiliteit en een gezond leefmilieu best uit naar een andere pechverhelper.   

Mathias Bienstman

reactiesreageer

aanpasdatum27 januari 2012 | Mathias Bienstman

Wind en zon groener dan ze lijken

thema’sKlimaat & energie

27/01
2012

Vorige week trakteerde Vlaams Parlementslid en fractieleider in de Senaat Liesbeth Homans (N-VA) ons op een opiniestuk over de ondersteuning van groene stroom in Vlaanderen. Ze stelde terecht dat het huidige ondersteuningsmechanisme aan herziening toe is en dat we groene stroom niet tot in het oneindige kunnen blijven ondersteunen. Net zoals andere technologieën, verdient groenestroomproductie niet meer steun dan wat nodig is om rendabel te zijn. Aanpassingen dringen zich dan ook op. Nu het evaluatietraject van het huidige systeem is afgerond, wachten wij – samen met mevrouw Homans en vele anderen – dan ook vol spanning op een voorstel van de Vlaamse regering voor het bijsturen van het groenestroomcertificatensysteem.

Hoe die bijsturing dan wel moet verlopen, daarin gaat mevrouw Homans helaas af en toe toch wat kort door de bocht. Zo stelt ze dat we af moeten van het huidige subsidiesysteem dat de duurste technologieën promoot en de goedkoopste technologieën stiefmoederlijk behandelt. Zon en wind mogen de mensen dan wel ‘groen’ in de oren klinken, volgens het parlementslid is biomassa (in omgebouwde steenkoolcentrales) een veel verstandigere en goedkopere keuze. Laat ons toe hier toch even bij stil te staan.

Als er iets is dat vaak minder groen is dan het lijkt, is het wel de inzet biomassa. De verbranding van biomassa leidt niet noodzakelijk tot een vermindering van de CO2-uitstoot, bovendien zet het toenemende gebruik biomassa voor energie heel wat druk op biodiversiteit en komen voedselproductie en grondstoffenvoorziening in het gedrang. Het gebruik van deze “groene” energiebron, dreigt zo voor zeer nefaste effecten te zorgen.

Daarnaast blijven we voor de inzet van biomassa sterk afhankelijk van het buitenland. Een installatie zoals Max Green in Rodenhuize, een omgebouwde steenkoolcentrale, heeft bijvoorbeeld 800.000 ton houtpellets per jaar nodig om te kunnen draaien. Het is maar de vraag waar al die biomassa vandaan zal blijven komen. Gerenommeerde wetenschappers geven aan dat we nu al met problemen dreigen geconfronteerd te worden van een tekort aan (houtige) biomassa voor al haar toepassingen. We kunnen dan ook maar beter op een verstandige manier met biomassa omspringen.

In plaats van de huidige – vraaggestuurde- wedloop op biomassa, moet er in de eerste plaats op gelet worden dat de productie van  biomassa geen nefast effect heeft op het klimaat, de biodiversiteit en de voedselzekerheid. In de tweede plaats kan biomassa ingezet worden als grondstof. Energie opwekken met biomassa komt pas op de laatste plaats. Bovendien moet deze energie-opwekking op een zo efficiënt mogelijke manier gebeuren. Grootschalige biomassacentrales die enkel inzetten op elektriciteitsproductie en daarbij hun warmte gewoonweg de lucht inblazen, passen niet in dit plaatje.

Het is dan ook absurd dat we met zijn allen miljoenen aan groenestroomcertificaten betalen voor biomassa die wordt verspild in grootschalige elektriciteitsproductie. Over overdreven ondersteuning gesproken: volgens een studie van de onafhankelijke energieregulator CREG worden dergelijke grootschalige biomassa-installaties momenteel stevig overgesubsidieerd.

Bovendien zorgt biomassa niet noodzakelijk voor de meest goedkope en betrouwbare groene stroom voor de consument. Biomassa is een schaarse en hoe langer hoe kostbaardere grondstof. Heel wat biomassa-installaties liggen vandaag al stil omdat ze niet meer rendabel kunnen draaien. En, het ziet ernaar uit dat dit niet gauw zal beteren. Bijkomende druk op het gebruik van biomassa als voedsel, grondstof en energiebron zullen de prijzen niet ten goede komen. Bovendien zullen de onvermijdelijke en vereiste duurzaamheidscriteria de hele handel niet goedkoper maken. Zonnepanelen en windturbines daarentegen hebben vandaag dan wel een relatief hogere initiële investeringskost, de zon en wind kosten niets. Van zodra deze energie-installaties draaien, produceren ze gratis stroom. Bovendien worden zonne- en windenergie jaar na jaar goedkoper. Volgens het Internationaal Energie-agentschap zal wind tegen 2020 zo’n 30% minder kosten dan vandaag. Zonnepanelen zouden tegen 2020 al goedkoper zijn dan steenkool.

Dat biomassa lang niet de goedkoopste hernieuwbare energievorm zal blijven, blijkt overigens uit een rapport dat onlangs in Verenigd Koninkrijk verscheen naar aanleiding van de herziening van de ondersteuning voor groene stroom.

Net zoals mevrouw Homans stelt, moeten we durven kijken naar alle slimme oplossingen om onze hernieuwbare energiedoelstellingen te behalen. Daarmee bedoelen wij een doordachte inzet van duurzame biomassa die aanvullend wordt ingezet op de groene zonne- en windenergie. Niet een kortzichtige keuze die in de eerste plaats maximaal inzet op de verspilling van biomassa in grootschalige elektriciteitscentrales. Daarmee schieten we immers in onze eigen voet.

Tot slot blijven de baten in heel het discours over de kostprijs van groenestroom jammer genoeg volledig buiten beeld. Wat we nu betalen aan wind en zon, zorgt voor een lagere energiefactuur later. Bovendien vermindert de inzet van deze technologieën heel wat CO2-uitstoot en vermijden we hiermee dat onze kinderen en kleinkinderen met een gigantische klimaatfactuur opgezadeld worden.

Sara Van Dyck

reacties1 reactie

aanpasdatum27 januari 2012 | Sara Van Dyck

Verbied te vervuilende wagens

thema’sVerkeer, Klimaat & energie

17/01
2012

In de economische rubriek van De Standaard trok Stef Proost, transporteconoom van de KULeuven, op zaterdag 14 januari van leer tegen de ecopremie en tegen zuinige wagens. Dat er betere alternatieven zijn voor de ecopremie trekken we niet in twijfel. Maar zijn pleidooi voor een verbod op zuinige wagens vertrekt van een eenzijdige kosten-batenanalyse en raakt kant nog wal.

CO2-reductie in de transportsector is onbelangrijk, aldus Proost, zolang de totale CO2-uitstoot wereldwijd maar afneemt. Dat klinkt logisch. Probleem is dat er geen enkel geloofwaardig scenario bestaat om de wereldwijde CO2-uitstoot voldoende te reduceren (- 80 tot 95% tegen 2050) zonder een aanzienlijke vermindering in de transportsector. Sterker, om haar doelstellingen te halen wil de Europese Commissie de CO2-uitstoot door vervoer met 70% naar beneden tegen 2050. Daarom worden producenten verplicht om wagens zuiniger te maken: nieuw verkochte wagens mogen in 2015 aan de uitlaat nog slechts gemiddeld 130g CO2 per km uitstoten en in 2020 95g/km. Een verbod op brandstofverslindende wagens is dan wellicht een constructiever idee.

Ook  Proost’s argumentatie over elektrische wagens staat op minstens drie losse schroeven. Eén: hij vergelijkt appelen met peren: de totale gemiddelde CO2-uitstoot (‘well-to-wheel’) van een elektrisch voertuig (40g/km) met de CO2-uitstoot aan de uitlaatpijp (‘tank-to-wheel’) van een klassiek voertuig (120g/km). De totale CO2-uitstoot ligt bij voertuigen met verbrandingsmotor rond 140g/km. Twee: hij weegt kosten tegen baten af, uitgaande van de huidige prijs van een ton CO2 in de falende CO2-markt. Volgens de meeste studies is die CO2-prijs momenteel echter veel te laag. En drie: Proost houdt rekening met de technologische evolutie en efficiëntieverbetering van verbrandingsmotoren, maar vergeet die van elektrische wagens en hernieuwbare energie. Zo komt hij er op uit dat klassieke wagens, met een CO2-uitstoot van 60g/km in de toekomst, elektrische wagens zullen benaderen in klimaatprestaties, terwijl in realiteit de kloof groot zal blijven. Internationale studies tonen bovendien aan dat 95 g CO2 per kilometer de absolute ondergrens voor wagens met enkel een verbrandingsmotor.

Het is trouwens twijfelachtig dat een technologie die je verbiedt nog zal evolueren. Nochtans is dat wat Stef Proost voorstelt, want zuinige wagens zouden de maatschappij meer kosten dan ze opbrengen. Boosdoeners: subsidies en verlies aan accijnzen. In de aanval op overbodige subsidies kunnen we hem nog volgen. De 15% ecopremie is intussen afgeschaft. Maar zuinige voertuigen verbieden om inkomsten uit accijnzen te garanderen? Als we die redenering doortrekken, moeten we ook niet investeren in preventie van roken en alcoholgebruik.

Toegegeven, onze voorstellen zijn een stuk minder origineel. Hoe de files aanpakken wanneer accijnsverhogingen minder impact hebben? Door een slimme kilometerheffing, die de externe kosten van autogebruik correct doorrekent. Hoe het verlies aan (accijns)inkomsten voor de maatschappij compenseren als er meer zuinige wagens op de weg komen? Door de accijnzen te verhogen en andere bronnen van vervuiling aan te pakken. Te beginnen met de spectaculair stijgende broeikasgasemissies van de luchtvaart en het goederenvervoer over de weg.

Om de nodige gedragsveranderingen in de hand te werken, is er naast de economische kosten-batenanalyse op vandaag, duidelijk nood aan politieke moed en langetermijndenken. Klinkt logisch, toch?

Roel Vanderbeuren en Mathias Bienstman – medewerkers mobiliteit Bond Beter Leefmilieu

Prof.dr.ir. Joeri Van Mierlo – hoofd onderzoeksgroep MOBI, Vrije Universiteit Brussel

reacties1 reactie

aanpasdatum17 januari 2012 | Roel Vanderbeuren

Klimaattop onderhandelt over zwendel

thema’sKlimaat & energie

8/12
2011

De klimaatonderhandelingen van Durban gaan de laatse fase in. De beperkte media-aandacht gaat naar de krachtmeting over een tweede Kyoto-periode. Even belangrijk zijn de onderhandelingen over achterpoortjes.

Ze kunnen immers de afgesproken klimaatinspanningen teniet doen. Landen reduceren dan enkel op papier de gevaarlijke broeikasgassen. In de feiten organiseren ze een gigantische zwendel met hete lucht, fictieve verminderingen van broeikasgassen.

Eco, een krant die hier dagelijks verschijnt, brengt vandaag hallucinante cijfers. De beloofde emissie-reducties van rijke landen bedragen samen 18 gigaton CO2 eq.(2012-2020) Achterpoortjes en vluchtwegen laten toe om tussen de 14,5 en 27,7 gigaton CO2 eq. fictieve reducties te verwezenlijken, of  80% tot 153%  van de gezamenlijke klimaatinspanning.

Samengevat: hier en nu onderhandelen partijen over voorstellen voor een zwendel zonder weerga. Het houdt de wereld op een groeipad (BAU) van emissies dat leidt tot meer dan 5°C opwarming deze eeuw: voorzie klimaatchaos en instorting van de ecosystemen.

De top 3 van achterpoorten? (1) hete lucht uit de ex Sovjetstaten (AAU´s)  (2)  de verdwijntruc met emissies van luchtvaart, scheepvaart en wijzigingen in land- en bosgebruik  (3) het dubbeltellen en creëren van fictieve emissie reducties in CDM projecten

Het blijft niet bij deze bestaande loopholes. De geest is uit de fles: sommige delegaties watertanden bij het vooruitzicht van een gigantische koolstofmarkt. De voorstellen om geld te maken in die markt zijn even talrijk als absurd.

Landen willen betaald worden om minder bos te kappen dan voorzien, om de emissies onder een fictief plafond te houden dat hoger ligt dan elk realistisch groeipad of om olie op te pompen door het injecteren van CO2. Het is onduidelijk hoe zo een gecorrumpeerde koolstofmarkt ooit tot een CO2-prijs zal leiden die voldoende hoog is om groene investeringen uit te lokken.

Andere delegaties lopen zich het vuur uit de sloffen om de achterpoorten te sluiten.

België neemt redelijk rechtlijnige posities in. Een Belgisch voorstel voor een verdedigbare oplossing voor het overschot aan AAU´s of hete lucht, brengt het momenteel ver in de onderhandelingen. Polen heeft na Rusland en Ukraine de grootste reserves aan AAU´s. Het valt nu te bezien of Polen zich zal opstellen als EU-voorzitter of als geldwolf.

reactiesreageer

aanpasdatum8 december 2011 | Mathias Bienstman

Zittend in een put de hemel bekijken*

thema’sKlimaat & energie

6/12
2011

Tijdens deze klimaatonderhandelingen probeert elke grootmacht de gevolgen te voorzien van een verandering in China’s positie. De EU wil dat land engageren voor een globaal, bindend akkoord van emissiereducties voor ze instemt met een tweede Kyoto-periode (KP2). De VS weet dat ze, zoals een bokser die zich aan zijn tegenstander vastklampt, in een andere situatie terecht komt als China zich loswerkt uit hun verstrengelde inactiviteit. India, Brazilië, Zuid-Afrika en Japan lopen vervelend in de kijker van de wereldgemeenschap als ze een te grote kloof laten met mogelijke voorlopers EU en China.

Op maandag ging er een schokgolfje door de onderhandelingen. Bewoog China? Het leek er op. Het land zei eerder zich als ontwikkelingsland tot niets gebonden te voelen. Nu zou China toch meer rekenschap willen afleggen voor haar boomende economie en dito vervuiling. De Aziatische grootmacht ziet het nut in van een akkoord dat na 2020 alle landen oplegt de broeikasgassen terug te brengen, zei de toponderhandelaar Xie Zhenhua. In dat jaar zou aan de ene kant een KP2 aflopen voor de EU en enkele andere rijke landen, die samen verantwoordelijk zijn voor +/- 20% van de wereldwijde broeikasgas emissies. Tegelijk zouden de reductiebeloftes, de ‘Kopenhagen pledges’, van andere grote vervuilers zoals de VS, Japan en China aflopen. Samen zijn die verantwoordelijk voor nog eens +/- 60% van de wereldwijde emissies.

The medium is the message. Zoals verschillende observatoren opmerken, beweegt er ook op dat vlak iets tijdens deze klimaatconferentie. Hier in Durban heeft China een paviljoen, nodigde het ngo’s uit voor een gesprek, geeft het persconferenties en voert het al eens het woord voor de invloedrijke BASIC-groep. (Brazilië, India, Zuid-Afrika en Brazilië). Al dat is nieuw en volgens sommigen een gunstig voorteken.

Ze hopen dan ook op een EU-China deal die de onderhandelingen in Durban redt. Met als uitkomst een tweede Kyoto-periode en een overeenkomst over het tijdspad naar een globaal akkoord. Dan nog blijft er een enorme opdracht op tafel liggen. Bindend of niet, de toegezegde emissie-reducties van de industriële grootmachten schieten schromelijk tekort. Met die reducties zijn we onderweg naar meer dan 3,5 graden opwarming deze eeuw. De organisatie van kleine eilandstaten kwam dan ook met allerlei tekstvoorstellen die de ambitie moeten aanscherpen, waaronder een reductiedoelstelling voor de ontwikkelde landen van meer dan 45% tegen 2020. Kortom: de enen houden de stijgende welvaart in het oosten in het oog, de andere de stijgende zeespiegel.

*Chinees spreekwoord

reactiesreageer

aanpasdatum6 december 2011 | Mathias Bienstman

Africa don´t want to get grilled!

thema’sKlimaat & energie

5/12
2011

“Conference of de polluters: Arfica don’t want to get boiled, Afica don’t want to get baked, Africa don’t want to get grilled!” De slogans weerklinken luid in de straten omheen het congrescentrum. Op een kleine pick-up net voor de ingang, omstuwd door camera’s en manifestanten, geeft een aanvoerder van de protesten het beste van zichzelf. “Shame on the US, Shame on Canada, Shame on mister Obama. Let the oil in the earth!”

Wat een complex probleem lijkt wordt hier samengevat in enkele woorden. Wat telt: Big Oil of the 99%? Op deze klimaatconferentie in Durban sturen de VS en Canada op een vrijwillige aanpak van het klimaatprobleem aan. Dan eindigen we deze eeuw hoogstwaarschijnlijk met een opwarming van vier graden of meer. Of zoals een Afrikaanse landbouwster het zei: dan worden we gegrild op de velden en in de steden.

De optocht is kleurrijk en luidruchtig. Mensen dansen, anderen lopen gedisciplineerd in blok. Een paar duizend man vult de straten van Durban. Onder hen landbouwersvrouwen uit Zuid-Afrika, in het groen geklede vrijwillige veegploeg, internationale milieubewegingen, antikapitalisten en een grote delegatie die het vegetarisme promoot. Verschillende spandoeken keren zich tegen mechanismen in het Kyoto protocol die de natuur kunnen vermarkten zoals Redd. Andere dringen er op aan dat de onderhandelaars tot een tweede Kyoto periode komen.

Net voor het congrescentrum komen ook de belangrijkste gastvrouwen van de conferentie naar buiten om de betogers toe te spreken: Maite Nkoana-Mashabane, minister van buitenlandse zaken van Zuid-Afrika tevens voorzitter van klimaatconferentie en Christiana Figueres, hoofd van het UNFCCC.

Vooral die laatste slaagde er in de juiste toon te vinden. Ze vertelde een verhaal over een voorstelling die ze gezien had, gemaakt door kinderen. De kinderen hadden haar keer op keer op het hart gedrukt dat er “veel meer nodig is”. Die boodschap wil ze ook tijdens de onderhandelingen brengen. In een duidelijke vingerwijzing naar de rijkere landen stelt ze dat de overgrote meerderheid van de wereldgemeenschap wil dat er een tweede verbintenisperiode komt voor het Kyoto-protocol, zodat de rijkere landen verder de broeikasgasemissies terugbrengen. Tenslotte dragen zij de historische verantwoordelijkheid voor de klimaatverandering.

Mathias Bienstman

reactiesreageer

aanpasdatum5 december 2011 | Mathias Bienstman

Elio ben je vrij en kom je naar Durban?

thema’sKlimaat & energie

3/12
2011

‘Fossiel van de dag’, dat is de naam van een druk becommentarieerde prijs die hier dagelijks wordt uitgereikt. De onderscheiding bekroont het land dat het meest z’n best doet om de klimaatonderhandelingen te doen ontsporen. Het klimaatactie netwerk (CAN) reikt de prijs uit, schrijft een hilarisch stukje toelichting en haalt zo ook regelmatig de krantenkoppen. In deze eerste week is er een duidelijke winnaar: Canada. Het land haalt haast iedere dag een podiumplaats  en was al twee maal Fossiel van de dag.

De reden? Canada kan goed geld verdienen op een klimaatschadelijke manier en zet daar nu ook politiek op in. Het bezit waarschijnlijk de derde grootste oliereserves ter wereld, opgeslagen in de teerzanden in Alberta. Enig probleem: die olie ontginnen is een stuk vervuilender dan de klassieke olieproductie. Terwijl de wereld af wil van haar olieverslaving hoopt de huidige conservatieve coalitie in Canada nog gauw enkel miljarden vaten vuile olie op de markt te brengen. Om dat te kunnen doen, probeert Canada zich van haar Kyoto verplichtingen te ontdoen, zaait ze verwarring over de klimaatimpact van teerzanden en strooit ze zand in de machine van de klimaatonderhandelingen. Zie http://www.bbc.co.uk/news/business-15889665 voor een recent artikel.

Even opmerkelijke is de tweede plaats voor de VS deze week. Toponderhandelaar Jonathan Pershing werkte zich in de nesten door te beweren dat er “oneindig veel reductiepaden zijn om de broeikasgasuitstoot terug te brengen tot op een niveau dat de opwarming tot 2 graden beperkt, ook paden waarbij de wereldwijde uitstoot haar hoogste punt bereikt na 2020.” Het ontlokte de droge opmerking van de jury dat “er blijkbaar oneindig veel paden zijn, maar de VS er toch niet in slaagt er een te volgen”. Wat de uitspraak van Pershing  belangwekkend maakt, is niet enkel dat ze lijnrecht ingaat tegen de klimaatwetenschap, maar ook dat ze de state of mind verwoord van een aantal belangrijke onderhandelende partijen: we hebben geen haast.

Ook vandaag weer kwamen er zulke negatieve signalen tijdens de onderhandelingen. Bij de milieubeweging leeft bijvoorbeeld de vrees dat een lange tweede Kyoto periode (8 jaar), de klimaatambitie ondermijnt en een globaal akkoord op de lange baan schuift. Vanuit de idee dat zo een globaal akkoord in werking treedt op het einde van de tweede periode. Toch lijkt de Europese Comissie in te zetten op een lange periode en probeert ze deze bekommernissen weg te masseren. Maar ook het risico dat de klimaatonderhandelingen volledig mislukken, neemt met de dag toe, als je de VS of India aanhoort. Er zal volgende week al heel wat politieke wil en vaardigheid nodig zijn om de onderhandelingen te laten landen bij een bevredigende uitkomst. Door de crisis hebben de Europese leiders andere katten te geselen. Zal de  eurotop van 8 en 9 december een schaduw over de finale onderhandelingen werpen die de klimaattoekomst verduistert? Of komt er toch nog voldoende politieke aandacht van de Europese regeringsleiders om voor een forcing te zorgen ?

Elio ben je vrij en kom je naar Durban?

reactiesreageer

aanpasdatum3 december 2011 | Mathias Bienstman